Eindelijk internationale overeenstemming over groot knelpunt voor schepen gebouwd voor 1976

07 december 2017 - (1267 keer gelezen)


Er wordt al geruime tijd gezocht naar een oplossing voor het knelpunt 'voldoen aan geluidseisen schepen gebouwd voor 1976’. Het onderwerp is de afgelopen jaren in vele bijeenkomsten besproken. Niet voor niets maakt het deel uit van het moratorium inzake de overgangsbepalingen. Het gaat om een knelpunt voor 95% van de gehele Europese binnenvaartvloot, gebouwd voor 1976. In een TNO-rapport van 2014 is te lezen dat alleen al in Nederland ruim 2500 schepen niet voldoen. Wanneer er geen oplossing wordt gevonden moeten schepen die gebouwd zijn voor 1976 na 2020 onverkort voldoen aan de bestaande geluidseisen. De afgelopen jaren hebben we veel werk verzet op dit voor u belangrijke dossier.


Terugkoppeling van het besluit in de werkgroep CESNI/PT
Recent is in de betreffende werkgroep van de CCR en de EU (CESNI/PT) wederom gediscussieerd over de oplossing voor dit knelpunt en een besluit genomen. Alle delegaties, met uitzondering van de Duitse delegatie, hebben ingestemd met een enigszins aangepaste versie van het bijgevoegde Nederlandse voorstel. In het voorjaar van 2018 zal CESNI (op comité niveau) uiteindelijk het definitieve besluit moeten nemen.

Op dit moment kan er voorzichtig vanuit worden gegaan dat schepen gebouwd voor 1976, na 2020 conform het (enigszins aangepaste) Nederlandse voorstel gecertificeerd kunnen/moeten worden. Positief is dat er dus een oplossing is gevonden. Want als er geen overeenstemming was bereikt, dan hadden alle schepen die gebouwd zijn voor 1976 na 2020 gewoon aan de huidige eisen moeten voldoen. Achter de schermen hebben we veel werk verzet om ook andere lidstaten te overtuigen van het belang en de noodzaak van een oplossing. Het Nederlandse voorstel geeft de binnenvaartondernemers de mogelijkheid en de prikkel om het geluidsniveau van hun schepen tegen aanvaardbare kosten te verbeteren.

Om andere lidstaten 'mee te krijgen’ zijn de volgende wijzigingen in het bijgevoegde Nederlandse voorstel aangebracht: (1) het voorgestelde aangepaste meetprotocol is alleen door schepen die gebouwd zijn voor 1976 te gebruiken, en (2) is een aanvullende keuzemogelijkheid toegevoegd in de tabel met overgangstermijnen met de volgende tekst: 'Het schip mag zijn bestaande exploitatiewijze voortzetten indien door monitoring door een tachograaf wordt gewaarborgd dat het vaartuig ten minste gedurende de door de lidstaten in hun nationale bepalingen voorgeschreven rusttijden van de bemanning wordt bedreven met een toerental van de hoofdmotor waarbij de geluidsgrenswaarden in de slaapruimten niet meer bedragen dan 60 dB(A). Dit toerental wordt bij de eerste verlenging van binnenschipcertificaat na 01.01.2020 door proefvaarten aangetoond en in het binnenschipcertificaat vermeld.’ Dit laatste is een extra keuzemogelijkheid, waarbij schepen kunnen blijven varen met exploitatiewijze A2 en B wanneer bij een bepaald toerental van de motor wel kan worden voldaan aan de geluidseisen in de slaapverblijven (60 dB(A)).

Klik hier voor het document 'Overgangstermijnen geluidsnormen binnenvaart'.




Reageren


Reacties (0)