Een casus uit de praktijk over de verplichting tot uitluisteren

05 januari 2018 - (499 keer gelezen)


In artikel 9.07 lid 2 Binnenvaart Politiereglement (BPR) is bepaald dat een schip moet uitluisteren. Onder uitluisteren wordt op grond van artikel 1.01, D, sub 12 BPR verstaan: het via de marifoon luisteren naar gevoerde gesprekken, het beantwoorden van oproepen en voor zover nodig het deelnemen aan de communicatie tussen de verkeersdeelnemers en de verkeersposten, dan wel tussen de verkeersdeelnemers onderling.


Onlangs stond dit onderwerp centraal tijdens een terechtzitting op de rechtbank Rotterdam. Aan een van onze leden was een boete van EUR 350,00 opgelegd vanwege overtreding van artikel 9.07 lid 2 BPR. Het verzet dat hiertegen was ingesteld had de officier van justitie niet op andere gedachten gebracht waarna de zaak op zitting kwam.

De feiten en het verloop van de zitting

De schipper in kwestie is aan het verhalen langs een hoog zeeschip en communiceert met het dek personeel op een portofoonkanaal. Tijdens het uitvoeren van deze manoeuvre, die op dat moment de volle aandacht van de schipper vergt, wordt het schip opgeroepen op kanaal 63. Direct nadat de manoeuvre is voltooid en de communicatie met het dek personeel is afgerond, roept de schipper de post op en beantwoordt de oproep. Volgens de handhavers echter te laat (niet onmiddellijk) en dus volgt een bekeuring.

Wij hebben de schipper tijdens de zitting vertegenwoordigd en in de eerste plaats aangegeven dat er aan de verplichting tot uitluisteren is voldaan. Voor zover de rechtbank van mening zou zijn dat dit niet het geval was (omdat de oproep niet direct is beantwoord), is aangevoerd dat sprake was van een situatie in de zin van artikel 1.05 BPR op grond waarvan de schipper in het belang van de veiligheid of de goede orde van de scheepvaart moest afwijken van artikel 9.07 lid 2 BPR. Aangezien de schipper de verantwoording heeft voor de veiligheid van schip en de bemanning is de communicatie met het dek personeel bij het uitvoeren van de manoeuvre eerst afgerond, waarna de oproep alsnog is beantwoord. Ten slotte is aangegeven dat in deze situatie een waarschuwing op zijn plaats had geweest en dat de hoogte van de boete buitenproportioneel is.

De uitkomst

De rechter waarbij de zaak op zitting kwam kon zich de situatie inbeelden. Hij oordeelde echter dat de schipper in dit geval aan de post had moeten antwoorden dat zij bezig was met een manoeuvre en op een later moment zou terugkomen op de oproep. Dit om een goede communicatie op het water te waarborgen. De rechtbank heeft de boete – met in achtneming van de aangevoerde argumenten – met EUR 150,00 verlaagd. De conclusie die we uit het bovenstaande praktijk voorbeeld kunnen trekken: antwoord altijd direct, zo nodig met de mededeling dat men de oproep gehoord heeft en zo spoedig mogelijk terug roept.




Reageren


Reacties (0)