Wijziging Beleidsregel Binnenvaart 2013

20 februari 2018 - (557 keer gelezen)


Per 1 februari 2018 is de Beleidsregel Binnenvaart 2013 gewijzigd.


Per 1 februari 2018 is de Beleidsregel Binnenvaart 2013 gewijzigd. De wijzigingen (met bijbehorende toelichting) zijn gepubliceerd in de Staatscourant.

Door de wijziging van de beleidsregel treden er veranderingen op bij het certificeren van binnenvaartschepen (en pleziervaartuigen en drijvende werktuigen). Het niet of niet tijdig inspelen op deze veranderingen kan ernstige gevolgen hebben voor uw bedrijfsvoering.

Verruiming tijdsperiode droogzetting en veiligheidsonderzoek

Het droogstaande onderzoek vlakkeuring en het veiligheidsonderzoek vinden plaats in het jaar voorafgaand aan de vervaldatum van het certificaat van onderzoek. De tijdsperiode waarbinnen de droogzetting en het onderzoek voor verlenging van het certificaat kan plaatsvinden, is verruimd van drie maanden naar één jaar. Dit is gedaan om scheepseigenaren meer gelegenheid te bieden om de onderzoeken op een geschikt moment in hun bedrijfsvoering in te plannen. Hierbij wordt ook aangesloten bij de termijn die in het ADN gehanteerd wordt voor het Certificaat van goedkeuring. De nieuwe ingangsdatum van het certificaat ligt altijd eerder dan of direct aansluitend aan de afloopdatum van het laatste geldige certificaat. Dit is ingegeven vanuit de wens om minder tijdelijke certificaten af te geven (namelijk alleen in uitzonderingsgevallen), omdat dit zowel voor de scheepseigenaren als instanties extra tijd kost. Conclusie: u kunt straks eerder beginnen met de keuring, maar dat en de afgifte van het certificaat moet vóór de afloopdatum van het oude certificaat zijn afgerond. De datum van het nieuwe certificaat wordt in principe de afloopdatum van het oude. Dus in dat opzicht is er geen nadeel.

Indien de droogzetting langer dan een jaar (tot maximaal twee jaar) voor de afloopdatum van het certificaat plaatsvindt, wordt de ingangsdatum van het nieuwe certificaat vastgesteld op de datum van de droogzetting. Dit blijft ongewijzigd.

Toepassing overgangsbepalingen

Het wordt niet langer toegestaan dat schepen waarvan het certificaat verlopen is, gebruikmaken van overgangsbepalingen als ware er sprake geweest van ononderbroken certificering. Om aanspraak te kunnen maken op overgangsbepalingen volgens Hoofdstuk 24 en 24 a van het ROSR 1995 en bijlage II van de Richtlijn 2006/87/EG, moet het schip voorzien zijn van een geldig certificaat. Het is dus zaak tijdig met de keuringen (vlak en bovenwater) te beginnen. Vandaar ook die verruiming naar één jaar vóór afloopdatum.

In de toelichting bij de beleidsregel wordt dit gemotiveerd onder verwijzing naar een uitspraak van de Raad van State van 5 maart 2014. Daarin wordt – voor een niet Zone-R-schip – gesteld dat de overgangsbepalingen volgens Bijlage II van de Richtlijn 2006/87/EG van toepassing zijn op reeds in bedrijf zijnde vaartuigen en dat een schip zonder de vereiste geldige certificaten niet in bedrijf kan zijn.
Hiermee wordt ook invulling gegeven aan in de Joint Working Group on Technical requirements for Inland Waterway Vessels (E01056) geaccordeerde Mededeling van de Europese Commissie, JWG (12) 52 van 21 mei 2012 betreffende Overgangsbepalingen voor zone R. In die mededeling wordt gesteld dat voor het gebruik mogen maken van overgangsbepalingen een verlopen certificaat als verloren moet worden beschouwd en het schip gekeurd moet worden als ware het een nieuw schip.

Verdere onderbouwing voor de nieuwe koers voor binnenvaartcertificaten baseert de overheid op de op 8 oktober 2018 in werking tredende nieuwe regelgeving volgens de Europese standaard tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen (ES-TRIN). Deze geeft voor zone R in artikel 32.01 aan dat overgangsbepalingen alleen toegepast mogen worden als er een geldig certificaat aanwezig is.

Overgangsperiode tot 1 februari 2020

Het op deze wijze toepassen van het recht op overgangsbepalingen is nieuw. De overheid vindt het daarom redelijk om een overgangsperiode toe te staan tot 1 februari 2020. Indien scheepseigenaren vóór deze datum een aanvraag indienen voor hercertificering van hun schip, en het certificaat van dat schip op het moment van aanvraag niet langer dan één certificaatperiode is verlopen, kan nog aanspraak worden gemaakt op overgangsbepalingen als ware er sprake van ononderbroken certificering.

Presentatie ILT

Op 15 februari 2018 zijn wij aanwezig geweest bij een presentatie van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) waarin is ingegaan op de hierboven vermelde veranderingen in de certificering van schepen.

Vragen

Wij kunnen ons voorstellen dat u vragen heeft naar aanleiding van deze informatie. Wij willen u vriendelijk vragen deze zoveel mogelijk per e-mail te stellen. Wij kunnen deze dan bundelen en zo nodig bij het ILT inbrengen, mochten wij de vragen zelf niet direct kunnen beantwoorden.




Reageren


Reacties (0)