Reactie Centraal Overleg Vaarwegen (COV) op Rijksbegroting 2019 – Vaarwegen

20 september 2018 - (163 keer gelezen)


Na de beleidsarme begroting van vorig jaar zien we dat dit jaar de afspraken over infrastructuur uit het regeerakkoord zijn vertaald naar de Rijksbegroting van 2019. En dat betekent meer geld voor vaarweginfrastructuur.


DOORPAKKEN EN VERVOER OVER WATER OPTIMAAL BENUTTEN
Het Centraal Overleg Vaarwegen is blij met de extra investeringen gezien de groei van de economie en toename van het aantal files in Nederland. Op het water is nog ruimte genoeg om de forse toename in het goederenvervoer op te vangen en te voorkomen dat de Nederlandse wegen verder dichtslibben.

INVESTEREN IN VAARWEGEN HOUDT NEDERLAND BEREIKBAAR
In 2019 wordt € 1 miljard toegevoegd aan het Infrastructuurfonds. Het aandeel voor het vaarwegennet bedraagt € 191,8 miljoen. De extra middelen worden ingezet voor de opwaardering van de Vaarweg Lemmer-Delfzijl en het Wilhelminakanaal en de aanpak van knelpunten op de Maas. Het totale vaarwegbudget bedraagt in 2019 bijna €1,3 miljard, in 2018 is € 873,1 miljoen uitgegeven. Na de verregaande bezuinigingen van de voorgaande kabinetten is nu geld nodig om te investeren in betere bediening bij sluizen en bruggen, achterstallig onderhoud weg te werken en de grootste knelpunten op te heffen. Investeren in vaarwegen is immers investeren in duurzaamheid en economie.

KLAAR VOOR DE TOEKOMST
Het kabinet trekt voor beheer, onderhoud en vervanging van bruggen en sluizen in 2019 € 363 miljoen uit. Dit is onvoldoende om de sterk verouderde infrastructuur adequaat te verbeteren. Renoveren en “behouden wat je hebt” is niet voldoende. Het vaarwegennet moet beter afgestemd worden op huidige scheepsdimensies, klaar zijn voor de economische groei en beter bestand tegen klimaatverandering. Er is capaciteitsuitbreiding nodig bij de Volkeraksluis, Kreekraksluis en Krammersluis. De gemiddelde wachttijd in bij deze sluizen overstijgen structureel de 30 min die in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is afgesproken. De lage bruggen op de Schelde-Rijn verbinding die het containervervoer op 4 lagen tussen Antwerpen, Rotterdam en het achterland belemmeren, moeten verhoogd worden. Het ophogen van deze bruggen draagt er toe bij dat met dezelfde scheepscapaciteit tot 25% CO2 reductie gerealiseerd kan worden. Het COV roept de minister op deze kans te pakken.

REALISATIE
In 2019 streeft het Rijk er naar om de volgende projecten te realiseren:

  • De openstelling van de Vaarweg Lemmer–Delfzijl, fase 1;
  • In het Lekkanaal de derde kolk Beatrixsluis, de verbreding van de kanaalzijde en de uitbreiding van ligplaatsen ter plaatse;
  • Het Rijk start de capaciteitsuitbreiding van ligplaatsen op de Beneden–Lek;
  • Het Rijk start met de Toekomstvisie voor de Waal.

TOEKOMSTVISIE WAAL
Het COV acht het belang van een goede toekomstvisie voor de Waal groot. De lage waterstanden op de Rijntakken van deze zomer hebben de kwetsbaarheid van het natuurlijke riviersysteem inzichtelijk gemaakt. Het is belangrijk om de Waal, als slagader van de Nederlandse economie, goed te onderhouden en klimaatbestendig te maken. Tijdig baggeren en maatregelen treffen om bodemerosie tegen te gaan zijn van evident belang, zodat de ruim 100.000 schepen die jaarlijks meer dan 230 miljoen ton lading vervoeren, vlot en veilig hun bestemming kunnen bereiken.

BEDIENING
Betrouwbaarheid en beschikbaarheid van het vaarwegnetwerk is voor het logistieke proces van essentieel belang. Dit vraagt een ruim bedieningsvenster en flexibiliteit bij sluizen en bruggen, maar ook om voldoende en goed opgeleide bedienaars. Door de verregaande bezuinigingen uit de vorige kabinetten wordt de scheepvaart nu herhaaldelijk geconfronteerd met stremmingen vanwege personele onderbezetting bij verkeersposten, bruggen en sluizen. In 2019 wordt €8,6 miljoen besteed aan verkeersmanagement. Bediening van objecten valt daar ook onder. Ten opzichte van 2018 is dit bedrag gelijk gebleven en daarmee te laag. Om verdere stagnatie te voorkomen zijn meer mensen bij Rijkswaterstaat nodig zodat het serviceniveau verbeterd kan worden, zoals in het regeerakkoord toegezegd.

WATER VERBINDT
Via een fijnmazig netwerk van vaarwegen en binnenhavens zijn in Nederland en Duitsland nagenoeg alle belangrijke industriegebieden over het water met elkaar verbonden. Van het totale transportvolume vindt binnen Nederland 34 % en grensoverschrijdend 50% over water plaats en er is nog veel ruimte beschikbaar. De binnenvaart kan daarom niet alleen de groei in het vervoer opvangen, maar kan ook helpen de toenemende drukte op de Nederlandse wegen, CO2 gunstig, te verminderen. Het COV roept de Minister daarom op te blijven investeren in vaarweginfrastructuur, het onderhoud ervan en de bediening van sluizen en bruggen.





Reageren


Reacties (0)