Symposium Low Flows on the river Rhine – 19 & 20 September 2017 – Aanwezig Erik en Marleen

29 september 2017

De CCR organiseerde samen met de ICBR (Internationale Commissie ter Bescherming van de Rijn), de CHR (International Commission for the Hydrology of the Rhine basin) en de FOEN, (Federal Office for the Environment Swiss) een symposium over laagwater op de Rijn. Het symposium vond op 19 en 20 september jl. plaats in Basel, Zwitserland.

Uitgangspunt was: “Science meets practice”

Wat weten we over laagwater op de Rijn, hoe ontwikkelen we maatregelen om de impact van laagwater te reduceren en hoe kunnen we laagwater beter monitoren en managen? Dat zijn de vragen die voorliggen.

In de afgelopen jaren lag de nadruk van waterbeheer voornamelijk op hoogwater en het beheersen van de gevolgen daarvan. Door klimaatverandering krijgen we steeds vaker te maken met perioden van laagwater. Het wordt daarom belangrijk om ook laagwater te onderzoeken en te monitoren. De afgelopen decennia blijkt dat laagwater niet alleen de rivier betreft, maar effect heeft op de gehele samenleving. Het beïnvloedt scheepvaart, waterkrachtcentrales en de leefomgeving. Laagwater beperkt de functies van de rivier en verslechtert het ecologisch watersysteem. Laagwatermanagement moet daarom hoger op de agenda van de rivierautoriteiten en overheden komen. We moeten gezamenlijk zoeken naar praktische oplossingen.

In twee dagen zagen we veel wetenschappelijke presentaties over klimaatverandering en het gevolg op de afvoer van de rivier. Vooral de invloed van gletsjers is daarbij van groot belang. Vanaf 2000 is er elk jaar een negatieve balans tussen smelt en aangroei bij de gletsjers. Dit heeft zijn invloed op veel factoren van de maatschappij, zoals:

  • minder water voor elektriciteit;
  • een laag grondwaterpeil;
  • milieuschade;
  • afname van de waterkwaliteit en
  • minder afvoer voor het watersysteem en de rivieren.

Een laagwaterperiode in de winter is in Zwitserland gebruikelijk. De neerslag blijft liggen tot de dooi intreedt. Daar komt de laatste jaren ook laag water in de zomer bij. Normaal zorgde de zomer voor water in het systeem, door smeltwater van de gletsjers, maar dat loopt terug en zal naar verwachting ook steeds minder worden.

De realiteit laat over 12 uit 16 jaren een laagwaterperiode zien. Eens per 5 jaar is er fors laag water en eens per 20 jaar is er extreem laagwater. In tijdsduur heeft de rivier, elke:

  • 2 jaar 3 droge dagen;
  • 5 jaar 18 droge dagen;
  • 20 jaar 48 droge dagen.

Als de invloed van de gletsjers wegvalt (doordat die er niet meer zijn) en de (te weinig) sneeuw die functie niet kan overnemen, wordt de Rijn een regenrivier. Dan kan er grofweg gesteld worden dat de tijdsduur van een droge periode verdubbeld. Normaal is de invloed van gletsjers 2% op de rivier en wellicht verwaarloosbaar. In droge jaren is de invloed van gletsjers echter vele male groter, het vormt immers de buffer van het systeem. Bijvoorbeeld in de droogte van 2003 was de invloed van gletsjers bij Lobith 17%. Er is een zichtbare invloed van gletsjers in de echt droge jaren. Wanneer de gletsjers smelten zullen laag water perioden langer aanhouden. Een periode van 23 dagen laagwater zou zonder smeltwater van de gletsjers 57 dagen worden, zo blijkt uit onderzoek.

Komt de Rijn straks droog te staan?

Daar hoeven we nu ook weer niet bang voor te zijn. Gemiddeld is op de Rijn over de afgelopen 95 jaar 15 tot 18 centimeter minder water beschikbaar. De Rijn wordt meer en meer een regenrivier, dat wel. De invloed van het smelten van de gletsjers is vooral voelbaar in droge jaren, maar het is niet zo dat de rivier opdroogt. Het gaat echter wel forse invloed hebben.

Economische gevolgen

De laagwater problematiek is complex, en kent veel onzekerheden. Het werkt vaak prijsopdrijvend waardoor het werk kan wegvloeien naar andere modaliteiten. Met name in de containermarkt gebeurt dit relatief snel en het duurt lang voordat de stromen terugkomen. In Duitsland is een verschuiving van ladingstromen van binnenvaart naar spoor en weg na een laagwaterperiode, duidelijk zichtbaar in de statistieken.

De Rijn is de belangrijkste aanvoerbron van zoet water voor Nederland. Het dient er voor:

  • het winnen van drinkwater. In Nederland komt 40% uit het oppervlaktewater;
  • het terugdringen van zoutwaterkwel in de polders voor de landbouw;
  • om noord Nederland te bedienen van water;
  • om de zoutindringing vanuit zee tegen te gaan;
  • de Scheepvaart te faciliteren en
  • om er voor te zorgen dat de dijken bij grote droogten niet instabiel worden.

2003, 2011, 2015 waren droge jaren voor Nederland en Duitsland. Maar ook 2016 en 2017 kenden droge perioden.

Men werkt aan het modelleren van laag de waterperioden om er van te leren, maar ook om de voorspellingen te verbeteren. Wetenschappers analyseren de beschikbare data en vergelijken deze met neerslagdata en meteorologische- en klimatologische gegevens. Op basis hiervan leert men betere modellen te maken om laagwaterperioden te kunnen voorspellen. Daarnaast monitort men de laagwaterperioden om de impact van laagwater voor de maatschappij inzichtelijk te maken. Ook kijkt men naar maatregelen om het waterbeheer beter te reguleren. Zo kan men via het Main Donaukanaal water naar de Main brengen tot wel 171 miljoen ms/s op jaarbasis. De Main regio is t.o.v. de Donau regio op ca 1/3 van het waterniveau.

Een extra moeilijke factor voor het ontwikkelen van een goed beeld is dat, scheepvaart ondergebracht is bij de federale autoriteiten en hydrologie, ecologie en “Umwelt” bij de “Länder”. Er is onvoldoende uitwisseling van data en kennis. Het is dan ook spijtig dat de Duitse overheid niet aanwezig was tijdens dit symposium.

Het maken van een langtermijnvoorspelling is complex; er zijn te veel gaten in de kennis. Wetenschappers geven aan dat ze ver zijn, maar nog niet in staat om goede voorspellingen te doen. De gaten doen zich voor op het gebied van de data, maar ook observatie en kennis is niet compleet. Met alle kennis kan de wetenschap nog weinig voorspellen. Zelfs met voorspellingen kan er geen water toegevoegd worden aan het systeem. Er is een verschil tussen wat de wetenschap kan bereiken en wat de industrie nodig heeft. Men verwacht op korte termijn ook geen doorbraak op het gebied van betrouwbare voorspellingen over een periode van bijvoorbeeld 6 maanden.

De gezamenlijke conclusie aan het einde van het congres was dat het voorspellen van droogte erg belangrijk is. Zowel op de lange als korte termijn. Ook de waterstandsvoorspellingen op korte termijn zijn nog erg onbetrouwbaar. Als drie maanden van tevoren bekend is wat het water doet, kan de scheepvaart en de logistiek hier beter op anticiperen. Harde en betrouwbare voorspellingen zijn nodig over perioden van 7 dagen, per seizoen en in jaren.

Ook moet nagedacht worden over buffering van water. Opvangen van water bij hoog water en hergebruik bij laagwater. Het verzamelen in een soort “waterbatterij”. Dit is iets dat in de lobby langzaam moet worden meegenomen. Evenals de aanleg van voldoende pompcapaciteit (of spaarbekkens) bij sluizen, wij noemen dat “slimme sluizen”.

Zijn alle vragen beantwoord na twee congresdagen: nee, maar we hebben veel geleerd over wat er aan kennis beschikbaar is en wat er in de toekomst te verwachten valt. Er is veel gesproken over voorspellingen en mogelijk crisismanagement. Het sociaal economisch oogpunt is een wat onderbelicht gebleven. Wetenschap kan alleen uitleggen wat er komt. Wij moeten de kennis opnemen en vertalen naar “onze praktijk”. Ook moeten wij de boodschap overbrengen naar onze overheden zodat zij tijdig maatregelen kunnen nemen en op de ontwikkelingen kunnen inspelen.

De Nederlandse overheid (Rijkswaterstaat was sponsor van de bijeenkomst), de CCR en internationale wetenschap waren sterk vertegenwoordigd. Ook afgevaardigden van grote Duitse reders waren aanwezig, brokers, majors en klanten van de binnenvaart. We hebben ons netwerk weer kunnen versterken en uitbreiden. Al met al een zeer nuttige bijeenkomst.